Meer- en hoogbegaafde kinderen op school

Meer- en hoogbegaafde leerlingen vertonen een grote honger naar kennis en nieuwe inhoud. Zonder veel inspanning pikken ze leerinhouden op. Vaak ontwikkelen ze echter weinig of geen leer- of studievaardigheden en vervelen ze zich snel. Hun intelligentie gebruiken ze soms om problemen te ontwijken. Als hun grote parate kennis en snelle geest niet meer volstaan om voldoende te presteren, kunnen ze faalangst en problematisch gedrag ontwikkelen.

Meer- en hoogbegaafde kinderen kunnen een aantal sterke eigenschappen hebben. Ze zijn vaak leergierig en gaan graag diep op zaken door. De kennis van de eigen interessegebieden is vaak groot en ze kunnen scherp waarnemen en observeren. Deze kinderen kunnen grote denksprongen maken en hebben een sterk ontwikkeld creatief denkvermogen.

Meer- en hoogbegaafde leerlingen hebben een goed geheugen en zijn vaak prestatiegericht. Ze beschikken over een sterk redeneervermogen, leggen snel verbanden en kunnen creatieve oplossingen bedenken. Bij voldoende uitdaging zal er een grote vooruitgang in het leren te zien zijn en zijn ze in staat veel leerstof in een snel tempo te verwerken. Meer- en hoogbegaafde leerlingen werken graag zelfstandig en kunnen zich goed focussen wanneer ze zich ergens voor interesseren. Ze zijn in staat zich op meerdere zaken tegelijk te concentreren.

In sociaal opzicht kunnen meer- en hoogbegaafde leerlingen sterke en hechte vriendschapsbanden ontwikkelen. Ze hebben vaak goed inzicht in relaties en interacties en zijn sterk in het lezen van non-verbaal gedrag. Meer- en hoogbegaafde kinderen kunnen beschikken over leiderschapskwaliteiten en sterke onderhandelingsvaardigheden. Vaak zijn ze standvastig en hebben ze een sterke wil. Ze hebben over het algemeen een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een goed inlevingsvermogen.

Algemeen gesproken zijn meer- en hoogbegaafde kinderen verbaal of juist ruimtelijk-visueel sterk. Ze hebben vaak een overvloed aan ideeën en zijn hierin onvermoeibaar. Meer- en hoogbegaafde leerlingen zijn tenslotte vaak perfectionistisch en beschikken over een eigen gevoel voor humor.

Naast bovengenoemde sterke punten, kan de meer- en hoogbegaafdheid ook minder positieve gevolgen hebben. Meer- en hoogbegaafde kinderen kunnen eindeloos doorvragen. Ze haken af bij herhaling en uit het hoofd leren en kunnen weinig gemotiveerd zijn voor het klassikale aanbod. Soms presteren deze leerlingen onder hun niveau en behalen ze wisselende resultaten. Ze kunnen weinig aandacht hebben voor instructies en weigeren soms te leren wat ze niet zinvol vinden. Meer- en hoogbegaafde leerlingen kunnen snel tevreden zijn over hun werk of snel opgeven. Er kan sprake zijn van een zwakke concentratie en het komt voor dat ze fouten maken bij eenvoudige opdrachten of herhaling. Meer- en hoogbegaafde leerlingen hebben vaak een hekel aan routinetaken en kunnen dromerig of lastig worden als gevolg van verveling. Soms zijn deze kinderen afwezig, omdat ze overweldigd worden door indrukken, prikkels of stemmingen.

Het kan zijn dat het meer- en hoogbegaafde kind zich sociaal uitgesloten en niet begrepen voelt. Soms maken deze leerlingen moeilijk contact en hebben ze problemen met vriendschappen met leeftijdsgenoten en integratie in de groep. Meer- en hoogbegaafde kinderen hebben soms de neiging te domineren of betuttelen. In emotioneel opzicht kunnen deze leerlingen clownesk of opstandig gedrag vertonen. Aan de andere kant kunnen ze faalangstig of neerslachtig zijn. Hoogbegaafde kinderen kunnen gezag en regels bekritiseren en zijn vaak moeilijk te straffen.

In algemene zin kunnen meer- en hoogbegaafde kinderen overgevoelig zijn en de neiging hebben op te gaan in hun eigen wereld. Soms is een ongelijke ontwikkeling van verschillende vaardigheden te zien en gedraagt het kind zich thuis anders dan op school.

Omgaan met een meer- of hoogbegaafde leerling:

  • Accepteer het kind zoals het is
  • Laat het voelen dat je het gelooft en luister actief naar de leerling
  • Neem de zorg en inbreng van de ouders serieus
  • Aanvaard dat niet alle hoogbegaafde leerlingen op dezelfde manier functioneren (cognitief, sociaal, emotioneel etc.)
  • Stimuleer en begeleid het hoogbegaafde kind
  • Motiveer de leerling en leg de nadruk op zijn of haar talenten
  • Bied voldoende leermomenten en uitdagende opdrachten en inhouden
  • Maak afspraken over wederzijdse inzet en tijdsplanning.
  • Leg de lat hoog en maak bij de evaluatie onderscheid tussen inspanning en resultaat
  • Leer het hoogbegaafde kind doorzetten, ook bij moeilijke opdrachten en veel leerstof
  • Begeleid teleurstelling bij falen; deze leerlingen hebben faalervaringen nodig
  • Waardeer het kind en daag het positief uit
  • Vermijd onnodige instructie
  • Compact, verdiep en verbreed

Compacten is het overslaan van onnodige herhalings- en oefenstof uit de methode, zodat er ruimte komt voor verdiepen en verbreden. Bij verdieping wordt er dieper en anders ingegaan op een onderwerp uit de methode. Bij verbreding wordt leerstof buiten het reguliere programma aangeboden. Zorg dat aanvullende taken beoordeeld worden en voorzien worden van feedback.

Het is tenslotte van groot belang het meer- of hoogbegaafde kind te leren leren. Bied de leerling verschillende leermethodes en leerstijlen aan en laat het zijn eigen voorkeuren ontwikkelen (zie artikel Leren leren).