Leerlijnen (hoog)begaafdheid

Leerlijnen voor (hoog)begaafde leerlingen op de basisschool

gebaseerd op Attent op Talent, H 3: Meer doen met minder door Sylvia Drenth

Inleiding

(Hoog)begaafde leerlingen beschikken over een aantal leereigenschappen dat maakt dat het reguliere leerstofaanbod, zoals dat wordt aangeboden in de huidige methoden, voor hen niet toereikend is. Deze leerlingen zijn in staat nieuwe kennis snel op te pakken en grote leerstappen te maken. Daarbij komt dat leerlingen verworven kennis kunnen toepassen in nieuwe situaties, sterk zijn in het analyseren van problemen en zeer creatief zijn in het bedenken van nieuwe oplossingen voor problemen.

(Hoog)begaafde leerlingen hebben daardoor in de eerste plaats minder instructie en oefenstof nodig dan gemiddeld begaafde kinderen. Daarnaast hebben ze ook behoefte aan opdrachten die beroep doen op het creatieve denkvermogen.

Op grond hiervan is duidelijk dat de aanpak van (hoog)begaafde leerlingen moet bestaan uit een combinatie van:

  • het doen van aanpassingen in de reguliere leerstof (compacting)
  • het aanbieden van verrijkingsstof.

Compacting is het overslaan van onnodige herhalings- en oefenstof uit de methode. De tijd die vrijkomt door compacting van de reguliere leerstof wordt besteed aan het werken aan verrijkingsmateriaal. Bij de aanpak via compacting en verrijking is het nadrukkelijk niet de bedoeling dat leerlingen versneld door de leerstof heen werken. Alleen bij leerlingen met een grote didactische voorsprong wordt er soms voor gekozen om de leerstof op een hoger niveau aan te bieden.

Wanneer gewerkt wordt met leerlijnen voor (hoog)begaafde leerlingen, is er sprake van een aanpak die geldt voor de gehele school:

Door de mate van compacting en de keuze van het verrijkingsmateriaal voor de gehele school vast te leggen, wordt het mogelijk een doorgaande lijn te garanderen in het leerstofaanbod en is de aanpak niet langer leerkrachtafhankelijk.

Eenmaal ingedeeld bij een leerlijn, blijft een leerling in principe gedurende de rest van de basisschoolperiode werken volgens deze leerlijn, zodat er geen grote verschillen meer kunnen optreden bij de overgang naar een andere leerkracht.

Compacting

Wanneer gekozen wordt om te werken volgens het principe van leerlijnen, vindt de compacting plaats aan de hand van algemene richtlijnen, gebaseerd op de leereigenschappen van (hoog)begaafde leerlingen.

Leerlijn 1:

Laat begaafde leerlingen met een IQ van 115 of meer de instructie volgen bij nieuwe elementen in de leerstof van taal en rekenen. Beperk de hoeveelheid oefenstof, met name het herhaald oefenen. Laat deze leerlingen 1 à 2 lessen per week bij taal en rekenen werken aan verrijkingsmateriaal op het gebied van taal en rekenen.

Leerlijn 2:

Geef hoogbegaafde leerlingen met een IQ van 130 of meer een minimum aan instructie en oefenstof bij taal en rekenen. Laat deze leerlingen 3 à 4 keer per week tijdens taal en rekenen werken aan bovengenoemd verrijkingsmateriaal en verrijkingsmateriaal dat bij voorkeur een beroep doet op het creatieve denkvermogen.

De leerkracht kan, op grond van de richtlijnen voor compacting voor de methoden die op school gebruikt worden, een selectie maken uit de leerstof. Dit hoeft per leerlijn maar één keer te gebeuren, daarna kan bij volgende leerlingen gebruik worden gemaakt van het overzicht met de geselecteerde oefenstof. Het Nationaal Expertise-centrum voor Leerplanontwikkeling (SLO) heeft voor de vier meest gehanteerde reken-wiskundemethodes volledige compactingprogramma’s ontwikkeld. Tevens bieden zij via de website gratis compactingprogramma’s voor zes gangbare taalmethodes.

Verrijkingsaanbod

Verrijkingsmateriaal kan onderverdeeld worden in verdiepingsmateriaal dat aansluit bij de reguliere leerstofonderdelen en verbredingsmateriaal dat onderwerpen en opdrachten biedt die normaal gesproken niet aan bod komen op de basisschool.

Leerlijn 1:

Geef begaafde leerlingen uitdagende opdrachten op het gebied van rekenen en taal, die qua moeilijkheidsgraad uitstijgen boven de opdrachten in de reguliere methoden.

Leerlijn 2:

Geef hoogbegaafde leerlingen complexe, probleemgerichte opdrachten, waarbij ze hun vermogen tot creatief denken kunnen inzetten.

Er is een groot aanbod van verrijkingsmateriaal.

Op www.hoogbegaafdheidvlaanderen.be is bijvoorbeeld een overzicht van didactisch materiaal voor hoogbegaafde leerlingen te vinden voor een verscheidenheid aan vakgebieden.

Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong

Zodra is vastgesteld dat er sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong bij een kleuter, is het van belang om zo vroeg mogelijk te starten met een structurele aanpak van compacting en verrijking.

Compacting:

Bepaal het instapniveau van het kind bij het werken met ontwikkelingsmateriaal. Maak vervolgens een selectie uit de opdrachten die bij het materiaal horen, zodat de leerling in grotere stappen door de opdrachten gaat.

Verrijking:

Geef het kind aanvullende opdrachten met een hogere moeilijkheidsgraad en complexiteit. De leerkracht kan deze opdrachten zelf ontwikkelen, maar ook ander uitdagend materiaal aanschaffen. Deze materialen zijn te vinden in diverse gidsen voor educatief spelmateriaal. Ook het werken in hoeken biedt de nodige mogelijkheden om het aanbod uit te breiden.

Op kleuters die al duidelijk geïnteresseerd zijn in cijfers en letters kan op een speelse manier ingespeeld worden, zonder direct over te gaan tot een methodisch aanbod van lezen en rekenen. Kleuters die al vergevorderd zijn met lezen, schrijven en rekenen kunnen werkjes uit groep 3 aangeboden krijgen, zodat ze kunnen werken aan opdrachten op hun eigen niveau.

Het is van belang om alle facetten van de aanpak zoals hierboven omschreven gezamenlijk toe te passen, zodat een stapeleffect ontstaat. Alleen via deze brede aanpak van verdieping en verbreding kan in een aantal gevallen voorkomen worden dat leerlingen in groep 1 en 2 al een enorme didactische voorsprong opbouwen, waardoor een vervroegde doorstroming onvermijdelijk wordt.

Randvoorwaarden

Naast aanpassingen in het leerstofaanbod is er een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om het effect van de aanpak zo optimaal mogelijk te maken:

Maak binnen de klassenorganisatie tijd vrij voor de extra werkzaamheden die de begeleiding van (hoog)begaafde leerlingen met zich meebrengt.

Heb een positieve houding ten opzichte van hoogbegaafdheid. Accepteer de leerling zoals hij is en biedt hem de ruimte om zichzelf te zijn en zichzelf te ontplooien.

Zorg voor een goede planning van de leerstof (compacting en verrijkingsstof).

Zorg dat het verrijkingsaanbod niet vrijblijvend is en waardeer en beoordeel het op dezelfde manier als de reguliere leerstof.