Aan de slag met compacten en verrijken

Compacten en verrijken binnen de weektaak

Het gebruik van routeboekjes en het structureel inzetten van verrijkingsmateriaal vergt een goede planning. Hieronder volgt een aantal manieren waarop hiermee kan worden omgegaan. Eerst wordt echter een aantal uitgangspunten voor compacten en verrijken beschreven.

Doelgroep bepalen

Ten eerste is het van belang dat de school bepaalt welke leerlingen in aanmerking komen voor compacten en verrijken. Zijn dat alleen de (getest) hoogbegaafde kinderen of ook de meerbegaafde leerlingen? En hoe zit het met de leerlingen die uitblinken op één vakgebied? Aangeraden wordt binnen de klas met groepjes leerlingen te werken. Deze groepjes kunnen per vakgebied verschillen. Hiermee wordt voorkomen dat het hoogbegaafde kind een geïsoleerde positie krijgt binnen de groep. Daarnaast hebben de aanpassingen die de leerkracht doet op deze manier niet slechts betrekking op een enkel kind en profiteren meerdere leerlingen die behoefte hebben aan deze vorm van passend onderwijs van dit aanbod.

Vaststellen verrijkingsaanbod

rubikscube

Ten tweede wordt aangeraden het verrijkingsaanbod voor de gehele school vast te stellen. Een meer- of hoogbegaafde leerling uit groep 4 gebruikt op deze manier hetzelfde materiaal als een vergelijkbare leerling in groep 7. De school kan bijvoorbeeld vastleggen dat zij als verrijkingsmateriaal voor rekenen gebruik

maakt van Rekentijger, Rekenmeesters en rekenweb en dat zij bij taal Plustaak Taal, Villa Alfabet en Woordenschat inzet. Hetzelfde kan gedaan worden voor de overige vakgebieden. Hiermee wordt voorkomen dat het verrijkingsaanbod leerkrachtafhankelijk is en is er sprake van een doorgaande leerlijn.

Serieus nemen

Ten derde is het cruciaal dat het werk dat het meer- of hoogbegaafde kind doet, serieus genomen wordt. Dit betekent dat de opdrachten uit het routeboekje worden ingepland in de week- of dagtaak van het kind. Hetzelfde geldt voor het de verrijkingsopdrachten die de leerling moet maken. Het aangepaste lesaanbod is dus niet vrijblijvend. De leerkracht kan eisen stellen aan bijvoorbeeld het tijdstip dat de taken af moeten zijn en de werkverzorging. Het is daarnaast van belang de inzet van de leerling te belonen door ook de verrijkingsopdrachten na te kijken en te beoordelen. Tevens is het zeer gewenst deze beoordelingen terug te laten komen in het rapport.

Begeleiden

Geef het kind ten slotte de begeleiding die het nodig heeft. Veel meer- en hoogbegaafde leerlingen hebben nooit grote inspanningen hoeven leveren voor het schoolwerk en hebben de lesstof vaak als vanzelf eigengemaakt. Uitdagend verrijkingsmateriaal stimuleert de kinderen om creatief te denken en af te wijken van gebaande paden. De leerlingen ervaren wellicht voor het eerst dat het vaak nodig is om te falen, voordat een succes behaald kan worden. Vooral wanneer zij dit niet gewend zijn, kan er sprake zijn van weerstand tegen het verrijkingsmateriaal. Het is ‘niet leuk’ of ‘te moeilijk’. De taak van de leerkracht is de leerling zodanig te begeleiden dat hij of zij het zelfvertrouwen krijgt om zich vast te bijten in een opdracht en deze uiteindelijk succesvol te volbrengen. Daarnaast kan de leerkracht het kind begeleiden bij randvoorwaardelijke vaardigheden, zoals gestructureerd en planmatig werken.

Compacten en verrijken kan in principe volledig geïntegreerd worden in de weekplanning van de groep. Het kind weet op deze manier wat er van hem of haar verwacht wordt en het aanbod is structureel.

Korte instructie

Over het algemeen zullen de kinderen die in aanmerking komen voor compacten en verrijken per les slechts een paar minuten meedoen met de klassikale instructie. Daarna kunnen zij zelfstandig aan de slag met de opdrachten uit het routeboekje, terwijl de leerkracht de instructie aan de overige kinderen afmaakt. Wanneer de groep vervolgens start met de verwerking, kan de leerkracht aandacht schenken aan de verrijkingsopdrachten die de meer- en hoogbegaafde leerlingen moeten maken.

Coöperatief leren

Wanneer bovenstaande aanpak niet goed blijkt te werken, omdat de leerlingen meer uitleg nodig hebben dan de leerkracht vanwege de grootte van de groep kan geven, kan gebruik worden gemaakt van het principe ‘coöperatief leren’. Binnen de les krijgt het groepje kinderen dat verrijkingsopdrachten moet maken, kort (bijvoorbeeld 10 minuten) de tijd de opdrachten samen te bespreken, zodat iedereen begrijpt wat de bedoeling van de opdrachten is. Dit kan bijvoorbeeld tijdens de instructie van de leerkracht aan de rest van de groep plaatsvinden. Over het algemeen zullen de leerlingen er samen goed uit kunnen komen, waardoor zij de rest van de les zelfstandig aan de slag kunnen.

Wekelijks bespreekmoment

Een andere manier van werken gaat uit van één bespreekmoment in de week. De leerkracht reserveert bijvoorbeeld een halfuur per week voor instructie aan de (hoog)begaafde leerlingen over alle verrijkingsopdrachten die die week gepland staan. Hij of zij gaat over de opdrachten in gesprek met de leerlingen en kan tevens aandacht besteden aan evaluatie van eerder gemaakte opdrachten, bijvoorbeeld van de week daarvoor. Deze bespreekmomenten kunnen plaatsvinden terwijl de rest van de groep bezig is met zelfstandige verwerking, in de tijd die bij de meer- en hoogbegaafde leerlingen vrijkomt doordat zij compacten.

Inzet RT-er of IB-er

Bovengenoemd wekelijks bespreekmoment kan ook buiten de groep plaatsvinden. Hiervoor kan een RT-er of IB-er ingezet worden. Hij of zij heeft als taak de verrijkingsopdrachten van alle (hoog)begaafde leerlingen te bespreken en evalueren, waarna de verwerking de rest van de week zelfstandig kan plaatsvinden in de groep. Nadeel van deze aanpak is dat de leerlingen uit de groep gaan. Voordeel hiervan kan echter zijn dat zij meer ontwikkelingsgelijken leren kennen binnen de school.

Inzet plusklasleerkracht

Een laatste optie is het formeren van een binnenschoolse plusklas, waarin meer- en hoogbegaafde leerlingen bijvoorbeeld één dagdeel per week vakoverstijgend verrijkingsaanbod krijgen. Een deel van de lestijd van de plusklas kan gereserveerd worden voor het bespreken en evalueren van de verrijkingsopdrachten die de leerlingen in hun eigen groep moeten maken. De plusklasleerkracht is in dit geval verantwoordelijk voor de instructie aan de leerlingen. De beoordeling van het werk gebeurt door de eigen leerkracht, zodat het verrijkingsaanbod niet los van de lessen in de groep komt te staan.

Compacten en verrijken binnen de weektaak

Het gebruik van routeboekjes en het structureel inzetten van verrijkingsmateriaal vergt een goede planning. Hieronder volgt een aantal manieren waarop hiermee kan worden omgegaan. Eerst wordt echter een aantal uitgangspunten voor compacten en verrijken beschreven.

Doelgroep bepalen

Ten eerste is het van belang dat de school bepaalt welke leerlingen in aanmerking komen voor compacten en verrijken. Zijn dat alleen de (getest) hoogbegaafde kinderen of ook de meerbegaafde leerlingen? En hoe zit het met de leerlingen die uitblinken op één vakgebied? Aangeraden wordt binnen de klas met groepjes leerlingen te werken. Deze groepjes kunnen per vakgebied verschillen. Hiermee wordt voorkomen dat het hoogbegaafde kind een geïsoleerde positie krijgt binnen de groep. Daarnaast hebben de aanpassingen die de leerkracht doet op deze manier niet slechts betrekking op een enkel kind en profiteren meerdere leerlingen die behoefte hebben aan deze vorm van passend onderwijs van dit aanbod.

Vaststellen verrijkingsaanbod

Ten tweede wordt aangeraden het verrijkingsaanbod voor de gehele school vast te stellen. Een meer- of hoogbegaafde leerling uit groep 4 gebruikt op deze manier hetzelfde materiaal als een vergelijkbare leerling in groep 7. De school kan bijvoorbeeld vastleggen dat zij als verrijkingsmateriaal voor rekenen gebruik maakt van Rekentijger, Rekenmeesters en www.rekenweb.nl en dat zij bij taal Plustaak Taal, Villa Alfabet en Woordenschat inzet. Hetzelfde kan gedaan worden voor de overige vakgebieden. Hiermee wordt voorkomen dat het verrijkingsaanbod leerkrachtafhankelijk is en is er sprake van een doorgaande leerlijn.

Serieus nemen

Ten derde is het cruciaal dat het werk dat het meer- of hoogbegaafde kind doet, serieus genomen wordt. Dit betekent dat de opdrachten uit het routeboekje worden ingepland in de week- of dagtaak van het kind. Hetzelfde geldt voor het de verrijkingsopdrachten die de leerling moet maken. Het aangepaste lesaanbod is dus niet vrijblijvend. De leerkracht kan eisen stellen aan bijvoorbeeld het tijdstip dat de taken af moeten zijn en de werkverzorging. Het is daarnaast van belang de inzet van de leerling te belonen door ook de verrijkingsopdrachten na te kijken en te beoordelen. Tevens is het zeer gewenst deze beoordelingen terug te laten komen in het rapport.

Begeleiden

Geef het kind ten slotte de begeleiding die het nodig heeft. Veel meer- en hoogbegaafde leerlingen hebben nooit grote inspanningen hoeven leveren voor het schoolwerk en hebben de lesstof vaak als vanzelf eigengemaakt. Uitdagend verrijkingsmateriaal stimuleert de kinderen om creatief te denken en af te wijken van gebaande paden. De leerlingen ervaren wellicht voor het eerst dat het vaak nodig is om te falen, voordat een succes behaald kan worden. Vooral wanneer zij dit niet gewend zijn, kan er sprake zijn van weerstand tegen het verrijkingsmateriaal. Het is ‘niet leuk’ of ‘te moeilijk’. De taak van de leerkracht is de leerling zodanig te begeleiden dat hij of zij het zelfvertrouwen krijgt om zich vast te bijten in een opdracht en deze uiteindelijk succesvol te volbrengen. Daarnaast kan de leerkracht het kind begeleiden bij randvoorwaardelijke vaardigheden, zoals gestructureerd en planmatig werken.

Compacten en verrijken kan in principe volledig geïntegreerd worden in de weekplanning van de groep. Het kind weet op deze manier wat er van hem of haar verwacht wordt en het aanbod is structureel.

Korte instructie

Over het algemeen zullen de kinderen die in aanmerking komen voor compacten en verrijken per les slechts een paar minuten meedoen met de klassikale instructie. Daarna kunnen zij zelfstandig aan de slag met de opdrachten uit het routeboekje, terwijl de leerkracht de instructie aan de overige kinderen afmaakt. Wanneer de groep vervolgens start met de verwerking, kan de leerkracht aandacht schenken aan de verrijkingsopdrachten die de meer- en hoogbegaafde leerlingen moeten maken.

Coöperatief leren

Wanneer bovenstaande aanpak niet goed blijkt te werken, omdat de leerlingen meer uitleg nodig hebben dan de leerkracht vanwege de grootte van de groep kan geven, kan gebruik worden gemaakt van het principe ‘coöperatief leren’. Binnen de les krijgt het groepje kinderen dat verrijkingsopdrachten moet maken, kort (bijvoorbeeld 10 minuten) de tijd de opdrachten samen te bespreken, zodat iedereen begrijpt wat de bedoeling van de opdrachten is. Dit kan bijvoorbeeld tijdens de instructie van de leerkracht aan de rest van de groep plaatsvinden. Over het algemeen zullen de leerlingen er samen goed uit kunnen komen, waardoor zij de rest van de les zelfstandig aan de slag kunnen.

Wekelijks bespreekmoment

Een andere manier van werken gaat uit van één bespreekmoment in de week. De leerkracht reserveert bijvoorbeeld een halfuur per week voor instructie aan de (hoog)begaafde leerlingen over alle verrijkingsopdrachten die die week gepland staan. Hij of zij gaat over de opdrachten in gesprek met de leerlingen en kan tevens aandacht besteden aan evaluatie van eerder gemaakte opdrachten, bijvoorbeeld van de week daarvoor. Deze bespreekmomenten kunnen plaatsvinden terwijl de rest van de groep bezig is met zelfstandige verwerking, in de tijd die bij de meer- en hoogbegaafde leerlingen vrijkomt doordat zij compacten.

Inzet RT-er of IB-er

Bovengenoemd wekelijks bespreekmoment kan ook buiten de groep plaatsvinden. Hiervoor kan een RT-er of IB-er ingezet worden. Hij of zij heeft als taak de verrijkingsopdrachten van alle (hoog)begaafde leerlingen te bespreken en evalueren, waarna de verwerking de rest van de week zelfstandig kan plaatsvinden in de groep. Nadeel van deze aanpak is dat de leerlingen uit de groep gaan. Voordeel hiervan kan echter zijn dat zij meer ontwikkelingsgelijken leren kennen binnen de school.

Inzet plusklasleerkracht

Een laatste optie is het formeren van een binnenschoolse plusklas, waarin meer- en hoogbegaafde leerlingen bijvoorbeeld één dagdeel per week vakoverstijgend verrijkingsaanbod krijgen. Een deel van de lestijd van de plusklas kan gereserveerd worden voor het bespreken en evalueren van de verrijkingsopdrachten die de leerlingen in hun eigen groep moeten maken. De plusklasleerkracht is in dit geval verantwoordelijk voor de instructie aan de leerlingen. De beoordeling van het werk gebeurt door de eigen leerkracht, zodat het verrijkingsaanbod niet los van de lessen in de groep komt te staan.