Sociaal-emotionele ontwikkeling

Theoretische onderbouwing

Inleiding

In de emotionele ontwikkeling van het kind staat de ontwikkeling van het zelfbeeld centraal. Dat wil zeggen dat vragen als ‘wie ben ik’, ‘waar sta ik voor’ en ‘waar liggen mijn grenzen’ door kinderen beantwoord zullen gaan worden. Het antwoord op deze vragen vindt het kind in relatie met zijn sociale omgeving en de cognitieve ontwikkeling die het doormaakt.

De emotionele ontwikkeling houdt tevens in dat een kind zich emotioneel zo weet te ontwikkelen dat het emoties vertoont die passend zijn bij de omstandigheden en het ontwikkelingsniveau. Daarnaast is het van belang dat een kind de emoties van anderen en van zichzelf weet te herkennen en te plaatsen.

De sociale ontwikkeling van een kind staat voor de wijze waarop het kind leert omgaan met anderen en hoe het leert omgaan met de manier waarop anderen hem of haar benaderen. Het kind leert zich ontwikkelen tot een sociaalvaardig wezen, dat gedrag vertoont dat bij de omstandigheden en het ontwikkelingsniveau past.

Normaal gesproken leren kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd veel van de omgang met elkaar, omdat zij ontwikkelingsniveau en interesses met elkaar delen. Dit is te illustreren aan de hand van het model van Brunia (zie Figuur 1).

De leefwereld van kinderen (mensen) wordt hierin voorgesteld als een cirkel. De cirkels van de meeste kinderen hebben veel overlap met die van anderen. Er zijn echter ook cirkels die maar een kleine overlap hebben. In de overlap zit datgene wat het kind met anderen gemeen heeft. De overeenkomsten zorgen ervoor dat het kind zich kan spiegelen aan anderen en ervaringen met anderen kan delen.

Omdat de emotionele en sociale ontwikkeling van het kind nauw met elkaar samenhangen, wordt over het algemeen gesproken over de sociaal-emotionele ontwikkeling (SEO) van het kind.

Aspecten van de SEO

Binnen de SEO van kinderen is een aantal aspecten van belang.

1.     Zelfvertrouwen en weerbaarheid

Het zelfvertrouwen is afhankelijk van de kijk die het kind op zichzelf heeft. Dit wordt het zelfbeeld genoemd. Het zelfbeeld wordt in belangrijke mate gevormd door de spiegel die anderen het kind voorhouden. Die spiegel bestaat uit de kritiek en de lof van mensen uit de omgeving van het kind.

Het zelfbeeld van een kind kan negatief of positief zijn. Een kind met een negatief zelfbeeld heeft weinig zelfvertrouwen, een kind met een positief zelfbeeld toont veel zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen maakt kinderen weerbaar en minder afhankelijk van het oordeel van anderen. Het geeft ze de moed voor hun eigen mening uit te komen, initiatief te tonen en aan nieuwe dingen te beginnen.

2.    Leren omgaan met gevoelens van zichzelf en anderen

Kinderen moeten leren hun gevoelens te uiten. Ze ervaren hierdoor dat gevoelens belangrijk zijn en dat ze met bepaalde emoties niet alleen staan.

Verder krijgen de kinderen gaandeweg in de gaten wat klasgenoten bezighoudt en hoe zij op bepaalde situaties reageren. Die informatie is nodig om met de gevoelens en gedachten van anderen rekening te kunnen houden.

3.    Inlevingsvermogen

Wanneer het kind zich kan inleven in een ander, is het beter in staat anderen te begrijpen, aan te moedigen, te helpen, te troosten en rekening met hen te houden. Dit wordt rolneming genoemd.

4.    Waarden en normen

Waarden zijn opvattingen over allerlei zaken. Deze opvattingen worden uitgedrukt in woorden als: mooi, vervelend, eerlijk, moedig of onbelangrijk.

Normen zijn concrete regels en voorschriften voor het handelen in bepaalde situaties. Ze vertalen waarden in concreet gedrag.

Waarden en normen zijn belangrijk omdat ze richting geven aan het bestaan: ze beïnvloeden het doen en laten, het zelfbeeld en zelfvertrouwen en relaties met anderen.

Om meer grip te krijgen op het eigen gedrag en dat van anderen, is het van belang dat kinderen zich realiseren welke waarden en normen hieraan ten grondslag liggen. Door kinderen te helpen waarden en normen te verhelderen, worden ze bewust gemaakt van hun eigen denken en handelen. De achterliggende doelen hierbij zijn een groeiende zelfstandigheid, toenemend zelfvertrouwen en een zelfbewuste levenshouding.

5.    Oplossen van conflictsituaties

Kinderen komen ongetwijfeld in aanraking met conflicten. In plaats van deze conflicten af te doen als lastig of onprettig, kunnen ze onder het motto ‘al doende leert men’ worden aangegrepen als oefenmomenten voor het leren omgaan met conflicten. Dit geldt zowel voor conflicten tussen kinderen onderling als voor conflicten tussen volwassenen en kinderen.

SEO en hoogbegaafdheid

Aandacht voor de SEO van hoogbegaafde kinderen is van belang. De begeleiding dient aan te sluiten bij hun specifieke ontwikkeling die, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, niet achterloopt.

Het is een vooroordeel dat hoogbegaafde kinderen altijd een verstoorde sociaal-emotionele ontwikkeling doorlopen. Uit onderzoek blijkt dat zij op dit gebied niet meer problemen hebben dan andere kinderen. Het is wel zo dat hoogbegaafde kinderen wat eerder dan anderen het risico lopen problemen te ontwikkelen, wanneer een adequate benadering (zowel thuis als op school) uitblijft.

De begeleiding op het gebied van de SEO hoeft dus niet specifiek gericht te zijn op het tegengaan van problemen. Het is van belang dat hoogbegaafde kinderen, naast uitdaging op cognitief gebied, ook uitdaging op sociaal-emotioneel gebied geboden wordt. Op deze manier kunnen deze kinderen ook op dit gebied op een niveau functioneren dat bij hen past.

Eventuele problemen op sociaal-emotioneel gebied kunnen ontstaan doordat hoogbegaafde kinderen onbegrip tegenkomen en daarnaast niet begrijpen hoe andere kinderen van dezelfde leeftijd denken. Problemen die hierdoor kunnen ontstaan, ontstaan niet omdat het kind hoogbegaafd is, maar omdat hij of zij zich onbegrepen of afgewezen kan voelen.

Hoogbegaafde kinderen moeten leren omgaan met de verschillen die zij ervaren ten opzichte van hun omgeving. Ze moeten hun opvattingen leren afstemmen op de omgeving, zodat voorkomen wordt dat ze in een kwetsbare positie terechtkomen.

Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een leefwereld die afwijkt van het gemiddelde. Zij vinden niet zo gemakkelijk aansluiting bij leeftijdgenoten, omdat er vaak weinig gezamenlijke interesses zijn.

In het model van Brunia zitten hoogbegaafde kinderen aan de buitenkant van het systeem en hebben ze over het algemeen weinig overlap met leeftijdgenoten. Dat betekent dat ze over veel zaken niet met anderen kunnen praten. Ze hebben hierdoor minder kansen om te leren van de omgang met anderen.

Daarnaast kan het ook zijn dat datgene waarmee anderen zich vermaken en waardoor zij zich met elkaar verbonden voelen, voor het hoogbegaafde kind niet van toepassing is.

Tenslotte stellen hoogbegaafde kinderen door hun snellere ontwikkeling soms andere eisen aan het omgaan met elkaar. Ze hebben andere opvattingen over vriendschap, trouw en loyaliteit. Vanzelfsprekend kunnen er onder hoogbegaafde kinderen onderling op dit gebied ook verschillen bestaan.