Een meer- of hoogbegaafd kind thuis

Een meer- of hoogbegaafd kind in huis hebben is heel gewoon, het is gewoon jouw kind.

Toch hebben ouders soms al vroeg het gevoel dat er “iets is” met hun kind, afhankelijk van de hoeveelheid vergelijkingsmateriaal waarover zij beschikken in de vorm van andere kinderen in hun gezin, familie en omgeving.

En wanneer een kind 3 à 4 jaar is, vriendjes en vriendinnetjes krijgt kunnen voor ouders al puzzelstukjes op hun plek gaan vallen.

Zodra het  kind naar school gaat, komt er echter vaak véél meer op hun dak terecht dan bij andere ouders, want hun kind past niet in het plaatje.

Al vanaf de geboorte past een kind zich aan aan zijn sociale omgeving, al vanaf de geboorte passen ouders hun ideeën over opvoeden en begeleiden aan aan hun kind en ook op school kan (zeker in de kleutergroepen) veel worden gevormd rond het kind. Maar soms vroeger, soms wat later komt er een moment dat bij het kind, zijn ouders of zijn leerkrachten het eind van het aanpassen in zicht komt, het moment dat zich het best laat omschrijven door het gevoel  “dat er nu écht wat moet gebeuren”…

Een meer- of hoogbegaafd kind, daar komt voor ouders heel wat bij kijken:

  • ŸHet temperament van het kind dat altijd “aan” staat vraagt veel energie van zijn ouders: meer- of hoogbegaafde kinderen kunnen heel intens met dingen bezig zijn en soms lijkt het of hun daarbij een tomeloze energie ter beschikking staat. Een veelgehoorde uitspraak van ouders en leerkrachten is daarbij: “Hij gaat maar door. Het lijkt of het nooit ophoudt”. Deze kinderen beleven dit vaak ook zo, hun hoofd lijkt nooit stil te staan. Dit kan zich ’s avonds uiten doordat het kind maar moeizaam de slaap kan vatten of ’s nachts heel vaak wakker wordt.Daar deze kinderen in de meeste gevallen ook zeer taalvaardig zijn lijkt het alsof er een spraakwaterval in huis loopt.
  • ŸDe sociaal-emotionele ontwikkeling verloopt anders; ervaringsverhalen van andere ouders, de eigen jeugdervaringen, tips uit boeken blijken niet altijd de goede raad te bieden die gevraagd wordt, dat kan een eenzaam gevoel teweegbrengen.Door informatie te zoeken op de juiste plek, met andere ouders van meer- en hoogbegaafde kinderen te praten kunnen ouders zelfvertrouwen m.b.t. meer- en hoogbegaafdheid ontwikkelen en zo ook de grootste eenzaamheid hieromtrent wegnemen. Kijk ook naar de zaken die wél net zo zijn als bij andere kinderen, er zijn ook veel dingen om gewoon met andere ouders te delen; zwemlesperikelen, een spannende hockeywedstrijd.
  • ŸHoe bied je voldoende uitdaging, hoe houd je je kind gemotiveerd; deze kinderen geven blijk van een geweldige kennishonger. Ze kunnen daarbij in de ogen van volwassenen een niet kinderlijke belangstelling hebben voor zaken als ruimte,prehistorie, oude culturen, techniek en elektronica. Al veel jonger dan andere kinderen drijven zij hun ouders tot waanzin met een onophoudelijk “waarom” op alles wat zij tegenkomen.
  • ŸEen meer- of hoogbegaafd kind in het gezin, wat betekent dat voor broertjes en zusjes, voor de ouders zelf en hun band met elkaar.Hierover vindt u informatie in het boek “De begeleiding van hoogbegaafde kinderen”van James T. Webb.
  • Waar kan wél relevante informatie worden gevonden, welke weg kan bewandeld worden. In het overzicht “Literatuur, websites en materialen” en op het forum vindt u contactgegevens van ouderverenigingen, interessante tijdschriften, websites en literatuur.
  • Ten gevolge van faalangst, perfectionisme, onderpresteren, gepest worden…. kan het kind neerslachtig of zelfs depressief worden, ook al op jonge leeftijd.Om te voorkomen dat het kind in een negatieve spiraal belandt is het belangrijk regelmatig contact met de leerkracht te hebben, óók om te melden dat het juist goed gaat. Wanneer de school passend onderwijs biedt en het kind de gelegenheid heeft in een “verrijkingsklas” gelijkgestemden/peers te ontmoeten worden de grootste valkuilen al gemeden.Wat verwacht het kind van zichzelf? Leg uit dat het juist de bedoeling is dat je fouten maakt, als je geen fouten maakt leer je niets, dan is het té gemakkelijk.
  • ŸPraten we er met anderen over? Hoe? Met wie wel en met wie niet? Hoe leggen we het aan het kind zelf uit, hoe legt het kind het uit aan de mensen om hem heen? Er doen tal van vooroordelen de ronde, waardoor hoogbegaafdheid door betrokkenen als een taboe kan worden ervaren.Om aan uw kind uit te leggen wat meer- en hoogbegaafdheid is kunt u gebruik maken van het boek “hoogbegaafd, nou en”  van Wendy Lammerse-van Torenburg. Zij legt op eenvoudige wijze en met duidelijke illustraties uit wat hoogbegaafdheid betekent.Met wie u wel en niet over de hoogbegaafdheid van uw kind praat is afhankelijk van de persoon; is het relevant binnen de relatie tussen u, uw kind en deze derde, voegt het iets toe?
  • Ÿ Vaak zien ouders thuis een ander kind dan de leerkracht op school, dit kan leiden tot verschillende inzichten die de communicatie tussen ouders en school vertroebelen.Ieder ziet wat er te zien is, daarin is geen gelijk of ongelijk. Probeer uit te vinden waarom er verschillen te zien zijn.Iedereen speelt een “rol”, bij een bepaalde rol hoort bepaalde kleding, specifiek taalgebruik, bepaalde rituelen, dat is normaal, maar een kind kan zich ook teveel aanpassen.Zoek samen met de leerkracht uit welke aanpassingen functioneel zijn, en welke aanpassingen het kind geweld aandoen, probeer hier prioriteiten in aan te geven en zaken stap voor stap te verbeteren.