Voorbeeldspreekbeurt hoogbegaafdheid

Dit is een voorbeeldspreekbeurt over hoogbegaafdheid en Eureka!. Alle informatie over hoogbegaafdheid, intelligentieonderzoek enzovoorts komt uit een boek dat je ècht moet lezen: Hoogbegaafd, nou en? van Wendy Lammers van Toorenburg.

De andere stukjes gaan over mij.

Je kunt eruit halen wat je wilt gebruiken, want iedereen vindt iets anders belangrijk om te vertellen. Dit is mijn verhaal, jij maakt jouw verhaal, want het gaat erom dat het over jezelf gaat.

Groetjes van Lot

Wat is hoogbegaafdheid?

Je bent hoogbegaafd als je een IQ (dat staat voor Intelligentie Quotiënt) hebt van 130 punten of hoger.

Op het plaatje hieronder (dat heet een Gauss-kromme) kun je zien hoe de verdeling van het IQ in een grote groep mensen is. Bij het hoogste punt in de kromme zijn de meeste mensen; waar minder mensen van zijn is de kromme ook lager.

De meeste kinderen (en ook volwassenen) hebben een IQ tussen de 90 en 110.

Er zijn ook kinderen en volwassenen die een laag IQ hebben, lager dan 80. Deze mensen noemen we zwakbegaafd.

Een hoog IQ ontstaat doordat er meer verbindingen tussen de verschillende hersencellen zijn dan bij gewoon begaafde en zwakbegaafde kinderen.

Bij een hoog IQ zijn er als het ware veel meer stukjes informatie die over veel meer wegen kunnen gaan.

Een gemiddeld IQ zou je dan kunnen zien als twee autootjes die op een tweebaansweg rijden.

Je kunt het ook vergelijken met een computer: je hebt snelle en langzamere computers.

Professor Renzulli zegt: hoogbegaafdheid is: een IQ van 130 of hoger en motivatie en creatief denken.

Een IQ van 130 of hoger is te meten met een intelligentieonderzoek. Daar lees je straks meer over.

Motivatie is dat je graag iets wilt doen, onderzoeken of bestuderen. Als je leuke of interessante dingen kunt doen, ben je eigenlijk vanzelf gemotiveerd.

Creatief denken betekent dat je een originele, aparte of ‘andere’ manier hebt om de dingen aan te pakken. Anders dan de meeste mensen dat zullen doen. Bijvoorbeeld de manier waarop je je sommen oplost of de andere regels die je verzint bij een spelletje. Mensen met een hoge intelligentie zijn vaak uit zichzelf heel creatief in denken.

De Nederlandse professor Mönks heeft gezegd dat je vaak meer dan een hoog IQ, motivatie en creativiteit nodig hebt om je talenten te kunnen ontwikkelen.

Hij zegt: je school, je vrienden en het gezin zijn daarbij heel erg belangrijk.

Iemand die een IQ van 130 of hoger heeft, kan soms z’n talenten niet ontplooien. Want de motivatie om te leren kan verdwijnen. En creatief denken kan voor de omgeving soms zó lastig zijn, dat je dar maar niet meer van laat merken.

Maar een hoge intelligentie gaat niet weg, die heb je, of die heb je niet. Die kan niet verdwijnen. Die kun je ook niet afleren.

Iemand die een IQ van 130 of meer heeft, niet meer gemotiveerd is en het creatieve denken niet meer gebruikt, wordt hoogintelligent in plaats van hoogbegaafd genoemd.

En als je motivatie en creativiteit weer terug zijn, kun je weer hoogbegaafd genoemd worden!

Hoeveel mensen zijn hoogbegaafd?

Stel dat we 100 kinderen (dat zijn zo’n beetje 3 à 4 klassen) op het schoolplein bij elkaar zetten. Hoeveel van die kinderen zijn dan hoogbegaafd, wat denk jij?

70?

Nee…

50?

Nee…

30?

Nee…

Nou, 10 dan?

Nee ook niet, het zijn er nog minder.

Maar 2 à 3 van de 100 kinderen zijn hoogbegaafd.

Dat geldt trouwens ook voor volwassenen.

Ook daar zijn er 2 à 3 van de 100 hoogbegaafd.

Op een gemiddelde basisschool zitten ongeveer 6 hoogbegaafde of hoogintelligente kinderen.

Wat is een intelligentieonderzoek?

Een IQ is te meten door middel van een intelligentieonderzoek.

Als je IQ onderzocht wordt, dan gebeurt dat meestal met de RAKIT-test (voor kinderen vanaf 50 maanden tot ruim 11 jaar oud) of de WISC III-test (van 6 tot 17 jaar).

Bij zo’n onderzoek doe je verschillende leuke dingen. Er worden je veel vragen gesteld en je doet allerlei spelletjes. Bij sommige onderdelen wordt een stopwatch gebruikt om te zien hoe snel je iets al kunt.

De bedoeling van de test is om uit te vinden wat je wel weet en (nog) niet weet, wat je wel kunt en (nog) niet kunt.

Er wordt vooral gekeken naar de mogelijkheden die je hebt, of eigenlijk: die je hersenen hebben.

Tijdens zo’n onderzoek kun je geen fouten maken. Je kunt wel op een bepaald moment gewoon iets niet meer weten. En dat is normaal. Want als je 14 bent, weet je gewoon meer dingen dan wanneer je 6 bent. En als je 16 bent, weet je ook nog niet alles, daar is de test op gemaakt.

De meeste kinderen die een intelligentieonderzoek hebben gedaan vonden dat erg leuk.

Waar merk je aan dat je hoogbegaafd bent?

Andere mensen merken soms eerder dat je hoogbegaafd bent dan jij zelf. Ik had het helemaal niet door, want ik ben gewoon ik. Ik wist eerst niet dat iedereen op zijn eigen manier denkt. Ik weet het alleen voor mezelf maar in boeken staan vaak lijstjes met dingen die bij hoogbegaafdheid horen. Bijvoorbeeld:

  • Je zit altijd vol met vragen
  • Je bent nieuwsgierig
  • Je houdt van ingewikkelde dingen
  • Je voelt je soms alleen
  • Je leert gemakkelijk
  • Je hebt een goed geheugen
  • Je bedenkt aparte oplossingen
  • Je begrijpt grapjes die andere kinderen niet doorhebben
  • Je wilt weten waarom een regel of een afspraak geldt

Hoe is het om hb te zijn (leuke en minder leuke dingen, peers ontmoeten)

Ik ben heel blij dat ik weet dat ik hoogbegaafd ben. Eerst snapte is niet zo goed wat er aan de hand was. Nu weet ik dat ik een beetje anders ben dan de anderen. Maar soms is het toch moeilijk om daar rekening mee te houden, dan denk ik: snap dat dan! Thuis word ik dan weleens boos of verdrietig.

Soms is het heel druk in mijn hoofd, want ik kan best veel onthouden, bijvoorbeeld wat ik allemaal nog moet doen en als er teveel in mijn hoofd zit gaat het rommelen. Ik heb dingen snel door, bijna vanzelf, of ik hoef het maar een beetje uitgelegd te krijgen. Iedereen moet op school hard werken, ik soms niet, dat is niet eerlijk voor de andere kinderen, maar voor bij best fijn. Op school kan het best saai zijn.

Als je hoogbegaafd bent, mag je naar Eureka! Ik ga daar één ochtend in de week naartoe. Er gaan ook andere hoogbegaafde kinderen van mijn school heen. Ik zit in groep 6-7-8, maar er zijn ook groepen met kinderen uit groep 3, 4 en 5. De klas ziet er heel gezellig uit. We hebben bijvoorbeeld een rode bank met knuffels.

Als ik binnenkom geef ik altijd eerst de juf een hand. We zeggen elkaar in het Spaans gedag: Buenos dias! Dan is er inloop. Dat is heel leuk. Je mag dan zelf kiezen wat je doet. Soms ga ik op de computer en soms kies ik een spelletje uit de kast. Ik vind Rush Hour erg leuk.

Om negen uur, als iedereen er is, gaan we in de kring. Iedereen heeft elkaar altijd heel veel te vertellen, want soms heb je elkaar een hele week niet gezien. Het kan ook zijn dat je al afgesproken hebt met een vriendin van Eureka!. Dan weet je alles al, ha, ha!

We doen bij Eureka! heel veel verschillende dingen. We doen sommige dingen elke week en sommige dingen af en toe. Soms hebben we Leren Leren. Dat vind ik best moeilijk, want meestal gaat alles vanzelf in mijn hoofd, maar als het niet vanzelf gaat, weet ik niet zo goed hoe ik het er wel in moet krijgen. Op Eureka! leer ik hoe ik dat kan doen. Ik heb bijvoorbeeld geleerd hoe ik een mindmap moet maken.

Een andere keer hebben we dan weer Kwink!. Dat is een heel leuk spel dat je met een groepje speelt. Je krijgt allerlei vragen waarop je een antwoord moet bedenken. Bijvoorbeeld “Wat doe je als je ziet dat je klasgenootje na schooltijd in elkaar geslagen wordt?”.  Soms moet je iets doen, bijvoorbeeld iemand interviewen of laten zien hoe jij eruit ziet als je heeeeeel boos bent.

Filosoferen vind ik ook leuk. Dat is ook in een groepje en dan gaan we praten over van alles. We hebben het wel eens gehad over hoe de wereld is ontstaan en dat het als je hoogbegaafd bent moeilijk is om te kiezen. Ik vind het leuk dat iedereen heel veel kan verzinnen en dat het nooit stom is wat je zegt.

Soms moeten we een hele moeilijke opdracht oplossen met z’n allen. We moesten een keer met z’n vieren een Middeleeuwse schietmachine maken van karton en paperclips en zo. Of we gaan met z’n allen drama doen. We hebben weleens zelf een tv-reclame bedacht en die is ook gefilmd.

Elke week doen we Spaans en project. Bij het project is er een onderwerp, bijvoorbeeld de toekomst en in een groepje gaan we dan iets doen over de toekomst. Bijvoorbeeld auto’s in de toekomst of huizen in de toekomst. Het is leuker dan een spreekbeurt, want we mogen ook iemand interviewen of in een museum gaan kijken. Ik heb al een keer een powerpoint gemaakt en andere kinderen hadden een modeshow gehouden. Dat laten we dan aan het einde van het project aan alle vaders en moeders zien. Soms komt je juf zelfs kijken!

We spelen tussendoor ook buiten en we eten fruit. Als Eureka! klaar is zeggen we Hasta pronto tegen de juf en gaan we weer naar huis. ’s Middags ga ik dan weer naar mijn eigen klas.